Home >Blog >
afbeelding

BLOG | Deel 4: BIM nu en in de toekomst

26-03-2015

Dit is het laatste deel in een serie van vier blogs. In het eerste blog hebben we uitgelegd wat BIM is, in het tweede gingen we dieper in op de praktijk bij Berkvens. In het derde blog is besproken hoe het precies zit met de software en objecten als het gaat om BIM, en in dit laatste blog focussen we op de toekomst. Frank Houben, Programmamanager BIM werd hierover geïnterviewd door Edwin Vlems.

Wat zijn de verdere plannen van Berkvens op het gebied van BIM?
“Wij zijn op BIM-vlak op zoek naar de samenwerking met de klant, om samen in de praktijk handen en voeten te geven aan BIM. Soms worden we gevraagd, maar vaak zijn we pro-actief en dat wordt over het algemeen zeer gewaardeerd. Iedereen is het wiel opnieuw aan het uitvinden en dan vindt men het fijn als er een partij is die daar al stappen in heeft gezet.” Onze visie op BIM is ook onderdeel van de visie van Berkvens op werkmethodiek (zie afbeelding hieronder).

Hoe integreren jullie BIM dan in jullie aanpak?
“Dat hangt samen met de ‘LOD’, wat staat voor ‘level of development’, oftewel het detail van het ontwerp. LOD100 is het laagste niveau -oftewel structuurontwerp- en het loopt door tot het meest gedetailleerde niveau LOD500, waarin voor sommige bouwdelen bijvoorbeeld ook de schroeven en bouten ingetekend zijn.” Open BIM “De BIM visie van Berkvens is gebaseerd op OpenBIM: Projectdeelnemers zijn vrij in hun keuze voor software, uitwisseling van informatie vindt plaats via het bestandsformaat IFC (of via native bestandsformaat, wanneer partijen over dezelfde software beschikken).

Onderstaand worden alle stappen uit het BIM visiedocument (afbeelding) één voor één toegelicht.

Klik op de afbeelding om te vergroten.

visiedocument

1.Selectie uit objectenbibliotheek
Berkvens stelt een groot deel van haar productassortiment beschikbaar in de vorm van BIM-objecten, onderdeel uitmakend van onze BIM-bibliotheek. Het betreft voornamelijk complete elementen (combinaties deur + kozijn + hang- & sluitwerk) als totaaloplossingen voor de binnendeursparing. De objecten zijn beschikbaar in native format, oftewel het formaat van de CAD-applicatie, zoals in gebruik bij architecten, modelleurs en aannemers. De bibliotheek wordt stapsgewijs opgebouwd, in eerste instantie voor Revit-gebruikers. De gebruiker selecteert in de bibliotheek de van toepassing zijnde objecten en plaatst deze in het eigen project (1).

2. Objectinformatie verrijken
Vervolgens wordt gedurende het ontwerpproces de objectinformatie verrijkt door het vullen van de parameters (2). Daar waar de behoefte bestaat, kan hierbij uiteraard een beroep gedaan worden op de productexpertise van onze specialisten.

3. IFC-bestand exporteren
Het model is compleet zodra de informatie op LOD350-niveau is gebracht, zowel voor wat betreft geometrie als locaties als parameterwaardes. Daarmee is het model klaar om een IFC2x3 export te maken, die vervolgens naar Berkvens gestuurd wordt (3).

4. Terugkoppeling
Op basis van dit IFC-bestand, toetst Berkvens de objectinformatie op juist- en compleetheid en vindt engineering van de producten plaats. Als de toetsing daar aanleiding toe geeft, volgt terugkoppeling vanuit Berkvens, op basis waarvan de gebruiker aanpassingen doorvoert in het ontwerpmodel (4). Hiermee bevat de bron altijd de actuele informatie, waardoor een juiste afstemming op andere bouwdelen geborgd is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de sparingafmetingen in de wand.

5 en 6: Productie en oplevering
Berkvens zet vervolgens de informatie uit de IFC-export om in een formaat dat geschikt is voor de uitvoering (LOD400). Hierdoor wordt het product geproduceerd en uiteindelijk opgeleverd (5 resp. 6), dat correspondeert met het product zoals gespecificeerd in het BIM. We spreken dan ook over een ‘as-built’ situatie.

7. Koppelen van informatie ‘as-built’
Door relevante informatie te koppelen (denk hierbij aan garantietermijnen, onderhoudsinstructies, producteigenschappen ed.) bevat het BIM-object informatie waarop een beroep gedaan kan worden in de gebruiksfase van het bouwwerk (LOD500). De wijze van koppelen van deze informatie aan het ‘as-built’ model is op dit moment nog volop in onderzoek (7). In deze visie vormt BIM bij uitstek een middel om lean samen te werken: Elk gegeven, bijvoorbeeld deurbreedte, wordt slechts één keer in het proces vastgelegd en vervolgens in het verdere traject hergebruikt. Naast een hogere efficiency resulteert dit in een lagere foutkans en kortere doorlooptijd. Daarnaast is helder wie verantwoordelijk is voor wat.

Welke kant gaat BIM op?
Frank ziet een aantal ontwikkelingen die van invloed zijn op BIM:
• Er is een tendens dat aannemers de werkvoorbereiding steeds meer bij hun co-makers willen onderbrengen: “De aannemer is steeds meer een regisseur aan het worden. En dat is voor ons een kans, anders zijn we alleen maar een plankenleverancier als het ware. Wij mogen het uitzoekwerk doen, en daarmee onze expertise inbrengen.”
• De leverancier krijgt BIM aangeleverd om daar de benodigde informatie uit te halen en aan toe te voegen: “Je krijgt toegang tot een model van de aannemer waar je informatie aan toe mag voegen of uit mag halen.”
• Steeds meer modulaire oplossingen: “Er zijn steeds meer modulaire oplossingen: veel aannemers werken tegenwoordig met een basiswoning, referentiewoning of conceptwoning die ze maar één keer hoeven te engineeren maar wel met ingebouwde flexibiliteit. Ook hier weer het streven naar gestandaardiseerde modulaire oplossingen, om niet telkens het wiel opnieuw uit te vinden. En BIM is daar een handig instrument voor.”
• De aannemer wil expertise bij de leverancier houden: “Dat heeft te maken met de eerder genoemde ontwikkeling dat de aannemer steeds meer regisseur wil worden.”
• BIM biedt kansen om eerder in beeld te zijn: “We willen veel eerder in het bouwproces aan tafel zitten. Zonder BIM wordt je vaak te laat ingeschakeld, bijvoorbeeld als het kozijn er al staat. Wij willen in de ontwerpfase al aan tafel zitten, zodat we onze expertise in kunnen zetten op bijvoorbeeld het gebied van geluidwerendheid of brandwerendheid. Dit alles om faalkosten later te voorkomen, daarvoor biedt BIM echt kansen.”

Frank vat het geheel samen in de volgende punten als het gaat om de toekomst van BIM:
• Samenwerking gaat veranderen
• Processen en werkwijzen gaan veranderen
• Taken en verantwoordelijkheden gaan veranderen
• Hulpmiddelen (software) gaan veranderen

En wat betekent het voor Berkvens?
“Ook wij moeten veranderen. We moeten straks de werkvoorbereider bijvoorbeeld ook met de BIM-software laten werken, dus niet alleen de CAD-modelleur. En we moeten de software goed integreren met ons eigen ERP-systeem. Wat we zien is dat BIM-projecten ons nu nog veel handmatig werk opleveren, maar uiteindelijk moeten we op een hoger efficiencyniveau terechtkomen. De modellen die we delen met anderen bevatten bijvoorbeeld informatie die ons eigen ERP nodig heeft om het juiste product te kunnen maken. Als je er zo mee werkt ben je pas efficiënt bezig.” BIM is dus méér dan 3D-modelleren zou je samenvattend kunnen zeggen: “BIM is een andere vorm van samenwerken inderdaad. Een transparante vorm, en dat is even wennen. Maar alle signalen zijn positief. Ik ben ervan overtuigd dat BIM de bouw uiteindelijk enorm vooruit gaat helpen”.

Dit blog is onderdeel van een gratis kennisdocument over BIM. In het document wordt ook uitgelegd wat BIM is, hoe je met BIM-software en -objecten om moet gaan en wat de toekomst van BIM ons brengt. Voor meer informatie over BIM neem contact op met Frank Houben: fhouben@berkvens.nl of 0493-499 111.

INLOGGEN BIM DOWNLOADS